15 juni 2016. Amanda van der Zwaan, mede oprichter Stichting KOPS

Dit had ik echt niet verwacht! Dikke tranen rollen over mijn wangen. En ik kan er niet mee stoppen. Monique geeft mij een zakdoek. “Geeft niets hoor. Laat het maar komen.”

Ik was al een tijdje aan het worstelen met mezelf. Het leven is mij de afgelopen jaren niet echt gunstig gezind. Dat moest nu maar eens afgelopen zijn. Inmiddels had ik mezelf wel behoorlijk goed leren kennen, maar ik voelde mij niet compleet. Alsof de puzzel bijna gelegd was, met in het midden een gapend gat. De stukjes lagen wel op tafel, maar waren nog niet ingepast. Ik miste het kind in mij.

Mijn vriend gaf mij het tikje dat ik nodig had. Of eigenlijk gewoon een schop onder mijn reet. “Morgen boek jij een paar dagen weg voor jezelf, helemaal alleen!” Ik wou al maanden naar Monique van der Klooster, een paragnost/spiritueel coach. Ze woont niet om de hoek, dus even langsgaan zat er niet in. Maar als ik nou eens……? Zo gezegd, zo gedaan. Ik vroeg Monique of ze nog last-minute een plekje had voor mij en boekte drie nachten in een hotel in het pittoreske Geldrop.

Zo’n half uur geleden was ik vol vertrouwen de praktijk van Monique binnen gestapt. Nu zat ik in de grote, zwart leren fauteuil in een hoekje bij het raam. Niet meer als de 37-jarige Amanda, moeder van een tienerdochter. Ik was de kleine Amanda van een jaar of 5. In mijn gedachten zag ik dat het kleine meisje verstopt zat, onder de tafel. Ik had het gevoel er niet bij te horen in het gezin. Ik was anders dan de anderen. En daarom had ik mij verstopt. Monique dacht daar anders over.

In mijn gedachten kwamen mijn moeder en oma erbij staan, de twee belangrijkste vrouwen in mijn leven. Monique vroeg mij ook mijn vader ernaast te zetten. Ik voelde verzet. Welke van de twee? Waarom? De een was mijn stiefvader. Hij trouwde met mijn moeder toen ik 4 jaar was. De ander was mijn biologische vader. Ik vertelde Monique meteen dat hij geen onderdeel van mijn leven als kind was. Nu wel, maar die relatie is gecompliceerd. Hij hoort daar niet. “Zet hem er toch maar bij.” Toen kwamen ze, in overvloed. De tranen.

Enkele weken eerder was bij mij al een kwartje gevallen. Door gesprekken met mijn vriend, die als vader verstoten is door zijn dochter, kwam ik erachter dat mijn vader ook verstoten was. Hij mocht mij en mijn zusje niet meer zien van de kinderrechter, 33 jaar geleden. Er waren vast goede redenen voor. Welke wist ik niet precies. Dat was de rationele erkenning.

En nu, in deze knusse kamer vol spirituele boeken en attributen ver van huis, kwam de emotionele erkenning. En die kwam hard aan. Een rationele ik had het leven overgenomen. Ze moest wel, want het kind had zich verstopt. Verdrietig, gekwetst en alleen. En die Amanda was opgegroeid, was gaan studeren, was getrouwd, had een dochter gekregen en was gescheiden. Die Amanda hield contact met haar biologische vader, omwille van hem. Want een band voelt ze niet. Ze is prima opgegroeid zonder. Dacht ze.

Amanda kwam het leven tegen, werd getest en getergd. Ze kwam ver, dat moet ik haar toegeven. Maar nu zit ze vast. Ze heeft haar ontbrekende deel nodig om verder te komen. En het kleine meisje wilt zich niet meer verstoppen. Ze wilt ruimte om haar verhaal te doen. Ze wilt weer stralen en spelen.

Ik kwam bij Monique met een vraag, maar ik kreeg een antwoord waar ik niet op gerekend had. En nu kan ik het niet meer wegstoppen. Ik moet er nu mee door. Dit was drie weken geleden en sindsdien heb ik veel mijn gedachten erover laten gaan. Niet alleen ik, maar ook het kleine meisje laat haar stem nu horen. Ik kom tot de conclusie dat ik veel niet meer weet. Vergeten? Weggestopt? Mijn volgende stap wordt praten. Praten met mijn moeder en praten met mijn vader.

Het eerste gesprek met mijn moeder staat al gepland. Gelukkig staat zij er open voor. Zij zal haar redenen gehad hebben en ik wil weten welke. Zonder wrok of boosheid. Ik heb het hele verhaal nodig om de puzzel te kunnen leggen.