Tekst: Rebekka Engels

Het Parental Alienation Syndrome

Sinds ik Psychologie studeer, en te maken heb (of beter gezegd: helaas amper meer te maken heb..) met twee onherkenbaar veranderde meiden die aan het PAS-syndroom lijden, is het mij steeds meer gaan opvallen hoe enorm weinig know-how er in Nederland onder professionals bestaat over de complexe problematiek van het PAS-syndroom. En in bredere zin: de complexe materie van intergenerationele familie-problematiek. Zelfs toen ik navraag deed bij mijn connecties van het AMK/Bureau Jeugdzorg/Advocaten/Kindbehartigers/Psychologen, wist slechts 1 advocate uit Amsterdam en 2 Kindbehartigers in heel Nederland exact waar hij/zij het over had…Tricky…

In mijn binnenkort te publiceren boek “Land of the Brokenwinged” worden in romanvorm uiterst diepgaand en nauwkeurig de verraderlijke en complexe finesses van zowel het PAS-syndroom alsook van ( vrijwel altijd daarmee samenhangend) intergenerationeel trauma ontleed. Veel professionals verwarren de term namelijk nogal eens met de term “ouderverstoting”. Terwijl dit enkel een bijkomstigheid is van PAS… Dus in mijn boek niks zielige verstoten ouders: in het geval van PAS zijn kinderen/adolescenten slachtoffer…en zonder het te beseffen tegelijk dader, wat hen voor de rest van hun leven kan verscheuren, zal verknippen, uit elkaar trekt… Want om met Else-Marie van den Eerenbeemt (of Nagy, kies maar) te spreken: je kunt je loyaliteit naar je ouders wel ontkennen, maar je zult deze band nooit kunnen verbreken..

Voor wie alvast iets meer wil weten, hieronder wat theorie over het PAS-syndroom.
Bij een geval van PAS heeft het kind zijn ouderpaar als het ware door-kliefd in een ‘geliefd’ en een ‘gehaat’ deel, aanduidingen die door Gardner ( de bedenker van de term PAS) bewust tussen aanhalingstekens worden gezet: “De gehate ouder wordt alleen ogenschijnlijk gehaat, er is nog veel liefde aanwezig. En de “geliefde” ouder wordt soms meer gevreesd dan geliefd.”

Het verstotingssyndroom gaat zich, volgens Gardner, ontwikkelen zodra het kind beseft dat er een strijd om gezag en zorg aan het ontbranden is. Om in die strijd een rol te spelen, begint het zijn eigen scenario van geringschatting en uitsluiting op te stellen. Na enige tijd kan het kind ervan bezeten raken de ‘gehate’ ouder te kleineren, beschuldigen en uit te stoten – dat alles zonder aanleiding of om aanleidingen die in geen enkele ver­houding staan tot een levenslange afwijzing. De gevolgen zijn rampzalig voor de ver­stoten ouder en voor het kind zelf. Zij uiten zich in gedrags-, prestatie- en ont­wik­kelings­stoornissen die het verdere leven kunnen overschaduwen. Een kind met PAS program­meren is geestelijke kindermishandeling en volgens Gardner zelfs ingrijpender dan lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik. Veel mensen die als kind mishandeld werden, konden over hun pijn en vernederingen heen groeien en dat geldt ook bij seksmisbruik al grijpen de gevolgen daarvan dieper in.
Maar wie een kind met een PAS programmeert, verbreekt de band tussen dat kind en de andere ouder voor het leven… Bovendien krijgen PAS-kinderen problemen met het inschatten van de werkelijkheid. Zij zijn ertoe geprogram­meerd dingen voor waar aan te nemen die totaal niet met hun eigen waarnemingen overeenstemmen. Dat leidt tot verwarring, onzekerheid, gebrek aan zelfvertrouwen, wantrouwen jegens mensen die iets anders zeggen dan de programmeerster en in ernstige gevallen tot een breuk met de werkelijkheid.

Beschadigde werkelijkheidszin is een van de kenmerken van een psychose.
Veel genoemd in verband met PAS-kinderen worden – paranoïde waanvoorstellingen en die kunnen jaren zo niet het hele leven aanhouden. … Dat alles neemt echter niet weg dat een PAS-kind, al kan het er weinig aan doen, verwordt tot dader ipv enkel slachtoffer. Soms wordt hun zelfs ronduit psychopatisch gedrag aangeleerd: openlijk vijandelijkheid betuigen en zich van het gevolg daarvan voor het mikpunt niets aantrekken openlijk op snoeven dat het de andere ouder verstoten heeft, diep in zijn hart toch vaak een groot verlies ervaart. Een eens geliefd en gewaardeerd mens (mama of papa – een kind kiest uit loyaliteit altijd partij voor de zwakste ouder) is uit zijn leven verwijderd… Dat kan gevoelens van depressie oproepen zonder de vrijheid die te kunnen uiten. Wat zich dan weer voortzet in aanpassingsmoeilijkheden op school en in de verstandhouding met anderen. Ook de verstoten ouder is ondertussen slachtoffer: vaak wordt hij op een uitge­sproken sadistische manier geschoffeerd, geminacht, beschimpt en belasterd en door zijn eigen kinderen behandeld en gehaat alsof hij geen gevoel zou hebben… Nu is bezeten haat vaak maar een dunne verhulling van diepe liefde. Echte verwerping is neutraliteit, weinig of niet meer aan iemand denken.

Het tegendeel van liefde is niet haat maar onver­schillig­heid.
Hier neemt liefde echter de vorm van haat aan omdat kinderen zich tegenover hun ene ouder schuldig zouden voelen als zij openlijk liefde voor hun andere ouder zouden bekennen… Daarnaast kunnen bij de vorming van PAS ook nog oorzaken meespelen als identificatie met de agressieve ouder, overneming (inductie) van haar gevoelens, eenzijdige idealisering en de kans vrijuit woede te kunnen luchten die onder normale omstandig­heden onderdrukt of in banen geleid wordt. Identificatie met een agressor is een verschijnsel dat zich kan voordoen wanneer een zwakkere tegenover een overrompelende en dreigende partij machteloos staat. Hij/zij kan de toestand dan proberen te beheersen door de kenmerken van de sterke over te nemen. Als een razende vader voor de ogen van het kind de moeder staat te vernederen, dan kan het kind aan vaders` kant gaan staan omdat het bang is die uitbarstingen anders zelf over zich heen te krijgen. Een ander geval was dat van een jongen die er herhaaldelijk bij was dat zijn vader zijn moeder gemeen sloeg. Om zich daar zelf tegen af te schermen verklaarde hij zijn moeder te haten en veel van zijn vader te houden: lief­des­verklaringen die wel meer met angst dan met genegenheid te maken hadden.

Een duidelijk symptoom van PAS is als men een kind als ‘geheel zelfstandig’ een mening laat zeggen die uit de ouder zelf voortkomt.
Bedoeld wordt b.v. die situatie waarin een ouder er bij het kind op blijft hameren dat het helemaal zelf beslissen mag of het naar de andere ouder toe wil. Het kind, dat maar al te goed aanvoelt hoe de program­merende ouder hier eigenlijk over denkt, zegt dan met nadruk dat het uit zichzelf niet wil. Hoe vasthoudender deze ouders worden, des te meer verharden de kinderen in hun weigering – niet uit een primair verlangen hun andere ouder niet meer te zien maar om niet tegen de programmerende ouder in te gaan. Tegen elke poging van de verstoten ouder om bij de kinderen betrokken te blijven, wordt door de programmerende ouder en kinderen een muur opgetrokken.
Als men ziet om wat voor redenen kinderen de andere ouder of diens familie nooit van hun leven meer willen ontmoeten, dan wordt het maar al te duidelijk dat zulke kinderen wel geestelijk moeten scheefgroeien.
‘Ze zei altijd zo hard dat ik mijn tanden moest poetsen’; ‘Zij zei: ‘niet in de rede vallen’; ‘Oma verwent me: ze geeft me teveel speelgoed’; ‘Ik moet rustig zitten onder het eten’. ‘Ik mag pas televisie kijken als mijn huiswerk af is’; ‘Als ik piano gespeeld heb, klapt mama niet zo hard in zijn handen als mijn vader’; ‘Ik moet meehelpen mijn bed op te maken’; ‘Ik moest op mijn zusje letten terwijl zij boodschappen deed‘Ze behandelt me als een kind’. Enz. enz.

De programmerende ouder.
Wat veel tot het verstotingssyndroom bijdraagt is om elke contactpoging van de gehate ouder als ‘lastig vallen’ te bestempelen. De verstoten ouder blijft immers geregeld blijk geven van belangstelling door op te bellen, te appen, te proberen de kinderen te zien, cadeautjes te sturen enz. en wanneer dat door de programmerende ouder steeds als ‘lastig vallen’ wordt gebrand­merkt, gaan ook de kinderen het op de duur zo zien.
Elke bezigheid van de kinderen, hoe onbeduidend of willekeurig ook, is belangrijker dan de verstoten ouder.
Een echt liefdevolle ouder begrijpt heel goed hoe belangrijk ook de niet-zorgouder voor de kinderen is en de minachtingscampagne waarin deze ouders de kinderen meeslepen, is dan ook niet in het belang van het kind, maar een blijk van hun tekortschieten als ouder… Zij bereiken uiteindelijk een totale vervreemding van hun kinderen met de gehate exgenoot. Dat deze zegepraal de kinderen geestelijk kan vernielen, is wat zij diep in hun hart misschien wel willen. En zij voelen dat zij dat door onophoudelijk vechten, programmeren en vervreemden ook kunnen bereiken.
Programmerende ouders beschikken over zo’n indrukwekkend repertoire van manoeuvres dat het Gardner niet gelukt is dat in groepen onder te verdelen. Dat zegt wel wat over de creativiteit van de mensen die al deze kunstgrepen verzinnen. En hoe schandelijk die ook zijn, vernuft kan men hun niet ontzeggen. Mijn lijst van hun manoeuvres zal dan ook nog wel blijven aangroeien. Zoals bekend worden de meeste uitvindingen gedaan in oorlogstijd en dit vechten om kinderen is oorlog. Waarin net als in een echte oorlog de voortbrengselen van het vernuft vooral vernietiging dienen.

De verstoten ouder
Tegenover de programmerende ouder staat haar of zijn mikpunt: de verstoten ouder. Voor deze geldt dat zij/hij het altijd fout doet. Als ze aandringt om de kinderen te ont­moeten, wordt ze door de programmerende ouder en niet veel later ook door de kinderen beschuldigd van ‘lastig vallen’. En als ze welbewust afstand neemt en niets doet in de hoop dat de kinderen zo tot bezinning zullen komen dan ‘laat ze hen in de steek’, ook weer een kreet die door de kinderen in hun verstotingscampagne kan worden opgenomen.
Vaak kan de programmerende ouder jarenlang ongehinderd doorgaan de kinderen met het PAS op te zadelen… Therapeuten hebben in hun opleiding geleerd zich passief en begrijpend tegenover hun patiënten op te stellen… Daarom kan de afgewezen ouder bij goedwillende maar onnadenkende therapeuten nogal eens raad verwachten in de trant van: “Niet te veel doen.
Als de kinderen ouder worden, zullen zij begrijpen hoe zij gehersenspoeld zijn en dan draaien zij bij”. Maar in werkelijkheid werkt de tijd juist in het voordeel van de programmerende ouder en zou de verstoten ouder dus de tegengestelde raad moeten krijgen.

Johnston heeft PAS-kinderen gevolgd tot hun jonge volwassenheid en vond dat de meesten van hen ook toen nog niets met de verstoten ouder te maken wilden hebben en aan hun houding van minachting en verwerping vasthielden. De gedachte dat kinderen als zij ouder worden vanzelf tot ander inzicht komen, kan onmogelijk voortkomen uit ervaring. Hoe langer het programmeren doorgaat, des te zwakker wordt namelijk de band met de verworpen ouder en des te onwaarschijnlijker een herstel van de omgang. En waar omgang maanden of jarenlang was stilgezet, is de verstandhouding niet meer te herstellen.

“Programmerende ouders zitten hun ex ook via de school dwars. Zij vragen de schooladministratie haar/hem geen informatie over de kinderen te geven , zelfs van ouderavonden, schooluitvoeringen e.d. uit te sluiten. Of de kinderen krijgen te horen dat als hij op de schoolavond komt, de moeder niet met hen meegaat. Tegenover de kinderen is dat weliswaar wreed maar programmeerders vallen, ondanks hun liefdesbetuigingen aan de kinderen, niet op door gevoeligheid voor wat die kinderen in werkelijkheid nodig hebben.”

“In onze tijd is het erg in de mode om slachtoffer te zijn en sommige mensen kunnen daar zelfs een ziekelijke voldoening aan ontlenen. Werkers in de gezondheidszorg zijn vertrouwd met het verschijnsel van de ‘beroepsslachtoffers’. Helaas heeft dat er toe geleid dat men ook de door hun eigen PAS-kinderen verstoten ouders soms is gaan zien als mensen die op de een of andere manier hun slachtofferschap over zichzelf afge­roepen zouden hebben. Naar mijn ervaring is dat echter niet zo… Ik heb nu 15 jaar met PAS-gevallen te maken gehad en ben er nog niet een tegengekomen waarin de verstoten ouder zijn slachtofferzijn zelf in de hand gewerkt of bevorderd zou hebben.

Gardner onderscheidt gradaties van het verstotingssyndroom: bij de ernstige gevallen zijn de programmerende ouders fanatiek en soms paranoïde. Kenmerkend voor paranoia is het op een ander projecteren van ongunstige eigenschappen en gedachten die men in zichzelf niet erkennen wil. Kenmerkend is ook wreedheid.

Zijnsloyaliteit
Kinderen hebben van nature een zijnsloyaliteit naar beide ouders toe. Dat is er gewoon, altijd. Ouders hoeven dat niet te verwerven. Als de ene ouder ernstig misbruik maakt van de liefde en loyaliteit (trouw) die een kind onvoorwaardelijk heeft naar beide ouders, met het doel om de liefdes- en opvoedingsrelatie tussen het kind en de andere ouder te verstoren, dan leidt dit bij een kind tot een gespleten loyaliteit. Als kinderen hun loyaliteit naar een ouder opgeven is dat vrijwel nooit een vrijwillige keuze. Figuurlijk gesproken bestaat een kind uit een vader- en een moederdeel. Indien een van beide ouderdelen stelselmatig wordt afgekeurd door de andere ouder, dan ontstaat er bij een kind een gespleten loyaliteit. Het druist totaal in tegen de natuur van het kind in om niet van zowel mama als van papa te mogen houden. En ook om geen uiting te mogen geven aan hun liefde vanuit zijnsloyaliteit aan beide ouders, om geen omgang te mogen/kunnen hebben met een ouder.

Kinderen hebben recht op beide ouders.
Dat staat ook in het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind. Mogen kinderen dat niet, dan worden de kinderen belemmerd in hun natuurlijk verlangen daarnaar. Niet het snijden doet zo`n pijn, maar het afgesneden zijn.
Als een kind in zo`n situatie verkeert met een bewust of onbewust indoctrinerende ouder, kan het kind bijna niet anders meer dan de zijnsloyaliteit te verloochenen. Uit zorg voor die ouder kiest het kind juist voor deze kwetsbare ouder. De andere ouder wordt als schuldige gezien van het leed van de kwetsbare ouder. Zij reageren vol weerstand, walging en soms zelfs geweld naar de andere ouder. Zij verstoten die ouder, de omgang stopt, dingen recht willen zetten wordt niet toegestaan. Het kind is beschadigd en elke dag dat dit verder gaat, neemt de beschadiging toe

Wat is PAS?
PAS is de afkorting van Parental Alienation Syndrome en staat voor ouderverstoting/oudervervreemding.
Omdat PAS een tegennatuurlijk menselijk proces is, krijgt het kind te maken met allerlei klachten, fysiek en geestelijk, op school, en zij uiten zich sterk in aangepast gedrag naar de indoctrinerende ouder. Het frustreren van contact met een ouder is het begin van ouderverstoting.
PAS heeft een boemerang effect op latere leeftijd, enkele uitzonderingen nagelaten.
PAS laat zich (met goede hulp) enigszins herstellen als beide ouders bewust zijn van de schadelijkhe gevolgen voor hun die zij met hun gedrag veroorzaken.
PAS is zeer schadelijk voor kinderen.
De gevolgen van PAS kunnen voor het kind zeer ernstig zijn, van kleinere psychische klachten tot depressie, identiteitsproblemen, het niet kunnen aangaan van eigen relaties, angst, depressie, drugs- of alcoholmisbruik, valse inschattingen van de werkelijkheid, verwarring, laag zelfbeeld. Een kind dat zonder gewichtige reden een ouder verstoot, druist consequent in tegen de natuur en tegen zijn/haar eigenbelang. Zij zijn zich hiervan vaak niet bewust door de continue stroom van negatieve beïnvloeding die zij voor waarheid aannemen. Het wijst op geestelijke ongezondheid als een kind dit aanneemt.

Hoe herkent u symptomen van PAS?
Laat je ten eerste niet misleiden door lasterverhalen die stelselmatig verteld worden door de ene ouder over de andere, of door een kind over een van diens ouders. Wellicht is er sprake van gespleten loyaliteit en PAS. Neem het in ieder geval niet direct voor zoete broodjes aan. Meestal durft het kind niet meer aan de ene ouder aan te geven dat hij/zij naar de andere oudere wil. Ondanks dat hij/zij het daar eigenlijk best wel leuk vindt. Het kind kiest voor ‘rust’ en vermijding en spreekt zijn/haar verlangen naar de andere ouder niet meer uit. Het kind is bang voor afwijzing of om voor een keuze gesteld te worden. Zo`n kind draagt een masker, figuurlijk gesproken, en beweegt zich niet vrij.
Elk kind heeft er recht op ontlast te worden van een onterecht negatief ouderbeeld, omdat de last die het kind daarvan meedraagt zonder hulp levenslang destructief kan aanhouden.

Wat is loyaliteit nu eigenlijk?
Doordat een kind zijn bestaan te danken heeft aan beide ouders kan het kind niet anders dan loyaal zijn aan hen beiden. Loyaliteit is een bindend fenomeen, waarbij dus de primaire loyaliteit bij de geboorte al ontstaat. Dit wordt de verticale loyaliteit genoemd en kan niet worden verbroken. Wel kan ze worden ontkend.
Daarnaast is er onderscheidt in horizontale loyaliteit. Dit ontstaat als ouders het kind verzorgen en opvoeden. De primaire loyaliteit wordt dus in de loop van de jaren uitgebouwd en verdiept, waardoor in feite een verworven loyaliteit ontstaat. Horizontale loyaliteit kan in tegenstelling tot de verticale loyaliteit wel verbroken worden.

Ouders raken vaak tijdens en na een scheiding verwikkeld in een machtsstrijd. Die machtsstrijd kan leiden tot grote loyaliteitsconflicten bij een kind. Er ontstaat namelijk een kruising tussen verticale loyaliteit en horizontale loyaliteit. Het kind zit klem tussen beide ouders. Een kind wat het gevoel heeft te moeten kiezen tussen ouders zit in een innerlijk conflict. Als een kind zijn/haar loyaliteit uit naar de ene ouder heeft een kind het gevoel de andere ouder te kort te doen en andersom. Dit kan leiden tot ernstige problemen bij een kind met als gevolg dat een kind zich onttrekt aan de loyaliteitsconflicten door de kant te kiezen van de andere ouder.

Loyaliteitsmisbruik is het gebruiken van emotionele toewijding van kinderen om zo kinderen dingen te laten doen om anderen schade toe te brengen. Of kort samengevat: De trouw van kinderen misbruiken voor verkeerde doelen. Met name wordt dit gebruikt als de ene ouder misbruik maakt van de liefde en loyaliteit (trouw) van een kind met als doel om de opvoedingsrelatie tussen het kind en een voormalig partner te verstoten/vervreemden. Dit kan er toe leiden dan kinderen zelf (of noodgedwongen ) een permanente haat ontwikkelen naar de eens zo geliefde ouder. Dit noemen we het ouderverstotingssydroom.

Acht specifieke kenmerken van het ouderverstotingssyndroom zijn:

  1. Minachtingscampagne tegen de ouder waar het kind niet verblijft.
    Het kind laat voortdurend zijn/haar haat zien ten opzichte van de uitwonende ouder. Er is sprake van PAS wanneer het kind een bijdrage heeft aan de lastercampagne.
  2. Zwakke of onzinnige redenen voor deze minachting.
    Hoewel het vaak gaat om ouders met goede ouderschapskwaliteiten en waarbij voor de scheiding sprake was van een liefdevolle relatie met het kind, probeert het kind zijn/haar gedrag te rechtvaardigen door bijvoorbeeld te zeggen: “ze doet altijd zo emotioneel”
  3. Het ontbreken van ambivalente gevoelens (de ene ouder is goed, de andere slecht).
    De slachtofferouder heeft volgens het kind alleen maar negatieve kenmerken terwijl aan de programmerende ouder alleen maar positieve kenmerken wordt toegeschreven. Het kind kan zelfs beweren dat het alle plezierige momenten met de slachtofferouder is vergeten
  4. Een nageprate ‘geheel eigen mening‘ van het kind.
    Het kind beweerd dat de ideeën van hem of haarzelf zijn. Vaak gebruiken deze kinderen woorden en zinnen van de programmerende ouder
  5. Reflexmatige steun aan de status-quo-ouder in het ouderconflict.
    Dit kan zo ver gaan dat een kind overtuigende bewijzen van een ander afwijst. Het kind gelooft dat de programmerende ouder een ideaal persoon is die geen kwaad kan doen of denkt dat de programmerende ouder de zwakste van de twee ouders is die verdediging nodig heeft.
  6. Afwezigheid van schuldgevoelens.
    Het kind verdedigt zijn/haar gedrag door te stellen dat het een slechte ouder is en niet verdient hem/haar te zien.
    De slachtoffer-ouder heeft de keuze om een dergelijke behandeling te tolereren of juist te vermijden met als gevolg het contact met het kind verliezen. Vaak kiezen ouders voor de laatste optie.
  7. Letterlijk citeren van onbegrepen woorden.
    Het kind gebruikt zinnen en ideeën die zij aanleren van de programmerende ouder. Dit kan afgeleid worden uit de woorden of zinnen die niet bij het kind passen.
  8. Uitbreiding van de vijandschap tot de familie van de gehate ouder.
    Het kind verbreekt het contact met voorheen dierbare familieleden. Stapje voor stapje wordt een complete helft van de familie van een kind “aan de kant gezet”.

Volgens prof. Gardner is PAS een stoornis, omdat ‘geen enkel kind door zijn genen geprogrammeerd is om een ouder af te wijzen die van dat kind houdt’. De stoornis bestaat in ernstige gevallen uit paranoia. Bovendien handelt een kind dat zonder reden een ouder verstoot, consequent tegen zijn belang in en ook dat wijst niet op geestelijke gezondheid. Die verstoting ontstaat volgens Gardner wanneer de verzorgende ouder in het kind haatgevoelens tegen de andere ouder inbrengt, die vervolgens een eigen leven gaan leiden. Om dit alleen als ‘hersenspoelen’ aan te duiden, vindt Gardner te eenzijdig en passief: kenmerkend is juist dat de door de sociale omgeving opgeroepen krachten daarna in het kind een zelfstandige dynamiek ontwikkelen.